„zout“: bijvoeglijk naamwoord zout [zɑut]bijvoeglijk naamwoord | Adjektiv adj Tüm çevirilere genel bakış (Daha fazla ayrıntı için çeviriye tıklayın/dokunun) salzig salzig zout zout Örnekler zoute haring Salzheringmannelijk | Maskulinum, männlich m zoute haring te zout ook | aucha. versalzen te zout „zout“: onzijdig zout [zɑut]onzijdig | Neutrum, sächlich n Tüm çevirilere genel bakış (Daha fazla ayrıntı için çeviriye tıklayın/dokunun) Salz Salzonzijdig | Neutrum, sächlich n zout zout Örnekler het zout in de pap niet verdienenof | oder od waard zijn figuurlijk | figurativ, in übertragenem Sinnfig nicht das Salz in der Suppe verdienenof | oder od wert sein figuurlijk | figurativ, in übertragenem Sinnfig het zout in de pap niet verdienenof | oder od waard zijn figuurlijk | figurativ, in übertragenem Sinnfig je moet niet op alle slakken zout leggen du solltest dich nicht an jeder Kleinigkeit hochziehen je moet niet op alle slakken zout leggen je moet zout op zijn staart leggen (dan kun je 'm vangen) iets | etwasetwas Unmögliches tun, umiets | etwas etwas zu erreichen je moet zout op zijn staart leggen (dan kun je 'm vangen) iets met een korreltje zout nemen iets | etwasetwas nicht allzu ernst nehmen iets met een korreltje zout nemen een snufje zout eine Prise Salz een snufje zout zout in de wond strooien Salz in die Wunde streuen zout in de wond strooien Örnekleri gizleÖrnekleri göster